Het programma van Festo omvat cilindersensoren die geschikt zijn voor extreem hoge of lage temperaturen. Wat de hoge temperaturen betreft bestaat de keuze uit de solid state sensoren SMT-8M-A en CRSMT-8M. Deze zijn toe te passen bij temperaturen tot 85 °C. De reed cilindersensoren gaan nog een stapje verder en zijn bestand tegen temperaturen tot 120 °C.
Cilindersensoren voor de lagere temperaturen zijn eveneens in beide uitvoeringen beschikbaar. Zowel de reed als de solid state versies is geschikt voor toepassingen tot temperaturen van maximaal -40 °C
In speciale gevallen moeten de cilindersensoren voldoen aan een bepaald veiligheidsniveau. Typisch uitgedrukt in SIL (Safety Integrity Level) of Pl (Performance Level). Wanneer het gaat om PLd of Ple zijn de volgende stappen te nemen.
Start als eerste met een geschikte houder voor plaatsing van de cilindersensoren. De houders met verzegeling SAMH-S-N8-S-MK of de SAMH-S-N8-L-MK voldoen aan de EC Machinerichtlijn. Hiermee zijn de sensoren onlosmakelijk met de machine te verbinden en bestand tegen ruw of oneigenlijk gebruik (hufterproof).
Om het veiligheidsniveau te halen, zijn de standaard sensoren SMT-8M toe te passen vanwege een MTTF van 4077 jaar. Zij moeten dan wel parallel worden toegepast om zo een redundante terugkoppeling van de positie tot stand te brengen.
Tot slot is het belangrijk een veiligheidsanalyse uit te voeren waarbij de twee cilindersignalen worden geanalyseerd middels een veiligheidsrelais. Daarbij zijn termen als redundantie, zelf monitorend en zelf testend van belang. Veiligheidsrelais zijn onder andere verkrijgbaar bij Pilz.