De opbouw van een pneumatisch ventiel kenmerkt zich door een aantal aansluitingen (poorten) en een aantal schakelstanden. In de beschrijving van een ventiel wordt altijd eerst het aantal aansluitingen genoemd, gevolgd door een slash en daarna het aantal schakelstanden. Zo heeft een traditioneel 3/2 ventiel drie poorten en twee schakelstanden. Op dezelfde manier heeft een 5/3 ventiel vijf poorten en drie schakelstanden. De meest gebruikte ventielen zijn het 3/2, 5/2 en 5/3 ventiel.
Met de diverse ventielen zijn verschillende functies in een pneumatisch systeem te realiseren.