Proportionele drukregeling
Proportionele drukregeling
Productcompatibiliteit
Festo Motion Terminal

Proportionele drukregeling

Meld u aan om de prijzen te bekijken

Terug naar zoekresultaten
Ruimte en hardwarekosten besparen: twee individuele en onafhankelijke proportionele drukregelingen in slechts één ventiel – ook met vacuüm!
Beschrijving

Met de Motion-app „Proportionele drukregeling“ hebt u bij beide ventieluitgangen twee drukregelaars per ventielschijf ter beschikking, waarmee drukwaarden onafhankelijk van elkaar kunnen worden geregeld. De geïntegreerde sensoren bewaken de druk nauwkeurig. Voor de regeling worden alleen de interne druksensoren (aansluitingen 1, 2, 3, 4) gebruikt. Als gebruiker hoeft u geen gegevens op te geven over het gebruikte systeem, zoals volume of slang.

Deze Motion-app is ook geschikt voor regelingen bij vacuümtoepassingen. Bij vacuümtoepassingen kunt u op kanaal 3 van de Festo Motion Terminal vacuüm aansluiten. Op kanaal 1 van de Festo Motion Terminal kan tegelijkertijd druk worden aangesloten, bijvoorbeeld voor een afwerpimpuls. Mogelijke toepassingen zijn drukregeling in het volume, krachtregeling met bekend effectief oppervlak, aansturing van procesventielen en vacuümregeling met geregelde afwerpimpuls.

Bij gelijktijdig gebruik moet u precies zo veel afzonderlijk beschikbare Motion-apps bestellen als u nodig hebt op de Festo Motion Terminal VTEM.

Technische gegevens

-       Druk:

  • -0,9 … +8 bar

-       Minimaal volume:

  • 50 ml

-       Maximaal volume:

  • 2 l (grotere volumes ook regelbaar; debiet wordt hier echter begrensd door ventiel)

-       Opgaven in de Motion-app en door de PLC-besturing:

  • Gewenste druk op kanaal 2
  • Gewenste druk op kanaal 4

-       Teruggave aan besturing:

  • Werkelijke druk op kanaal 2
  • Werkelijke druk op kanaal 4

-       Regelkarakteristieken:

  • C1: Kleine volumes (≥0,05 l; ≤0,1 l) Regelkarakteristiek C1 kan voor alle volumes worden gebruikt. Voor grote volumes is deze echter zeer langzaam.
  • C2: Middelgroot volume (> 0,1 l; < 1 l)
  • C3: Groot volume (≥1 l)
  • CS: Klantspecifieke instelling: hier kunnen de parameters van de regelaar direct via WebConfig worden ingesteld:
    • P-aandeel = proportionele versterkingsfactor voor verschil tussen gewenste druk en werkelijke druk
    • I-aandeel = versterkingsfactor voor de som van de afwijkingen tussen gewenste en werkelijke druk over de tijd heen
    • TF= tijdconstante voor het wegfilteren van het interne druksensorsignaal
    • Alle parameters kunnen in de controller opgeslagen en via het transferkanaal in de PLC uitgelezen en opgeslagen worden. Welke karakteristiek het beste resultaat geeft voor de gebruiker, hangt van meerdere factoren af en kan niet precies worden vastgelegd zonder de toepassing bij de klant te kennen. Het belangrijkste criterium is de grootte van het volume.
  • Het kan voorkomen dat de drukregelaar schommelt. In dat geval moet u een andere karakteristiek voor de drukregeling gebruiken. De eerste indicatie is het volume

-       Aanwijzingen:

  • Bij vacuümbedrijf moet vóór de ventielen een filter worden geschakeld. Hiermee wordt voorkomen dat vreemde deeltjes die worden aangezogen in het ventiel kunnen komen, bijv. bij het gebruik van een zuiger.
  • Bij de toevoer van interne stuurlucht moet de vereiste minimumdruk (3 bar) in kanaal 1 worden aangehouden.
  • De sensoren zijn constructief beschermd tegen vervuiling.
  • Zowel de toevoerdruk bij aansluiting 1 als de ontluchtingsdruk bij aansluiting 3 worden gedetecteerd. Wanneer op aansluiting 3 vacuüm is aangesloten, wordt dus de actuele onderdruk bepaald.
  • Bij het gebruik van PUN4-slangen moet regelkarakteristiek C1 worden gekozen.
  • Nulvolume (verstopte ventieluitgang): het beste met CS-instelling, regelkarakteristiek C1 zorgt voor stabiel regelgedrag met doorschieters.
  • Als de opgegeven waarde voor de gewenste druk op een ventieluitgang groter is dan de intern bepaalde toevoerdruk, wordt de gewenste waarde voor interne druk begrensd tot de intern bepaalde toevoerdruk.
  • Wanneer de opgegeven waarde voor de gewenste druk op een ventieluitgang kleiner is dan de ontluchtingsdruk +0,1 bar, wordt deze uitgang gestuurd volledig ontlucht.

-       Statische kengetallen (overeenkomstig FN 942030) geldig van -0,9 … 7 bar:

  • Lineariteitsfouten in het bereik 5% ... 95% gewenste waarde onder nominale omstandigheden, in relatie tot ideale karakteristiek: 170 mbar
  • Herhalingsnauwkeurigheid in het bereik 5% ... 95% gewenste waarde onder nominale omstandigheden: 80 mbar
  • Max. hysterese in het bereik 5% ... 95% gewenste waarde onder nominale omstandigheden: 80 mbar
  • Totale nauwkeurigheid in het bereik 5% ... 95% gewenste waarde onder nominale omstandigheden: 210 mbar
  • Aanspreekgevoeligheid in het bereik 5% ... 95% gewenste waarde onder nominale omstandigheden: 80 mbar
  • Max. temperatuurfout in het gehele T-bereik bijkomend bij totale nauwkeurigheid: ± 50 mbar
  • Nulpuntonderdrukking:
    • Gewenste waarde lager dan 100 mbar boven ontluchtingsdruk--> ontluchten
    • Gewenste waarde 120 mbar of meer boven ontluchtingsdruk--> regeling actief

-       Dynamische kengetallen (overeenkomstig FN 942030) geldig van 0 … 7 bar:

  • Hersteltijd (slang PUN8, 2 m, volume 0,1 l abrupte wijziging van gewenste waarde 25%  75%  25%, regelkarakteristiek C1):
    • <1 s
  • Toegestane doorschieters bij abrupte veranderingen van de gewenste waarde (volume 0,1 l bij de ventieluitgang, regelkarakteristiek C1):
    • <1% FS